Toevallig ‘ontdekt’ (78)


Een aantal jaren geleden kwam ik er toevallig achter dat het kunstwerk was verdwenen. Ik was er vrijwel zeker van dat de gemeente D. – laat ik de naam zo afkorten, want het zijn nog steeds beschamende gebeurtenissen – weinig om kunst gaf en zich ook zou afvragen: ‘Wat moet de gemeente met dat beeld?’
–  Het was de bedoeling dat het (gratis gekregen) beeldhouwwerk ‘Groot Paar’ van de Italiaanse beeldhouwer Mario Negri, aangekocht door de Culturele Raad van Overijssel in het kader van de Overijsselse beeldenroute, een mooie, opvallende plek in D. zou krijgen. Over smaak valt niet te twisten, maar de gemeenteraad kon – ook niet na lang vergaderen – niet tot een besluit komen.
Het beeld werd (onopvallend) in de hal van het gemeentehuis gezet.
–  De pers kreeg er lucht van en ging zich ermee bemoeien. Ook de landelijke pers. Er werd zelfs gesproken van het ‘achterlijke dorp’.
–  Voor zover ik weet, is het kunstwerk uiteindelijk in bruikleen gegeven aan het museum ‘de Fundatie’ in Zwolle. Het beeld kwam eerst in een bijgebouw van ‘Het Nijenhuis’, een havezate gelegen tussen Wijhe en Heino, terecht en later in de beeldentuin.
–  Is er nog steeds sprake van een tussenoplossing? Of is intussen iets ‘geregeld’?
–  Binnenkort gaan mijn vrouw en ik weer kijken in de mooie beeldentuin bij het mooi gelegen kasteel ‘Het Nijenhuis’.

0

‘The Passion’


Met Maarten van Rossem ben ik het eens. Dat komt tegenwoordig vaker voor. Hij durft het te zeggen en vaak heeft hij ook nog gelijk! Misschien ligt het aan een andere generatie?
–  Op ‘zijn’ scheurkalender heeft hij het over The Passion. Hij vindt het ‘een weerzinwekkend, hysterisch muziekspektakel over de laatste uren van de Heere Jezus’.
–  Met zijn opmerking dat de Amerikanen er inmiddels voor zijn bezweken, ben ik het niet helemaal eens. Ze hebben het wel ‘overgenomen’, maar dat is geen succes geworden, geloof ik.
Maar de Amerikanen hebben al jaren gelijksoortige (commerciële) vertoningen en films, en daarom denk ik, dat Nederland het van hen heeft ‘afgekeken’.
–  Vanavond is de achtste muzikale editie over het lijden, sterven en opstaan van Jezus, een uitzending van KRO-NCRV/EO.
–  Deze drie christelijke omroepen – in eerste instantie – moesten zich schamen met deze wansmakelijke vertoning.

0

Uitgelaten (77)


Nadat ik slaagde voor het middelbare schoolexamen was ik behoorlijk uitgelaten. Dat was ook de reden dat ik bijna vergat om het resultaat even naar huis te bellen. Toen ik belde, kreeg ik bijna onmiddellijk mijn vader aan de lijn. Dat was bijzonder, want meestal was hij in de werkplaats. Vooral voor mij was hij heel blij, hoorde ik hem zeggen. Daarna kreeg ik mijn moeder aan de lijn. Ook zij deed uitgelaten. Ze kon niet nalaten nog even te zeggen dat ik voorzichtig naar huis moest rijden. Ik mocht op de examendag de brommer meenemen. Dan was ik vroeg weer thuis, was de opmerking.
–  Toch ging het bijna mis, want toen ik naar huis wilde gaan, kwam plotseling de lerares Engels uit het gebouw lopen. Zij wilde mij feliciteren met het diploma, zei zij. Zij had in het gebouw, waar het mondelinge examen net was afgelopen, ook moeten meewerken bij het afnemen van de examens. In ‘haar vak’, de Engelse taal.
Nadat zij mij had gefeliciteerd ging zij zomaar achterop de brommer zitten. ‘Rij even een rondje’, vroeg zij plotseling. Dat wilde ik wel doen, ook al had ik het idee dat iedereen op het pleintje naar ons stond te kijken.
–  Ik wilde de brommer keren, maar het voorwiel kwam gevaarlijk ver van de grond. We vielen bijna om. Het liep gelukkig goed af, misschien omdat zij op tijd was afgestapt? Voordat zij naar het gebouw liep, zei zij: ‘Goede reis en tot de afscheidsavond van school.’

0

We leven in een ‘godenland’


Echt waar, maar het besef is er niet, of niet voldoende. We doen wel net of Nederland héél wat is, maar in werkelijkheid is dat ‘flauwekul’ natuurlijk. Dat denken wij maar. Maar het is zeer gering. Zeker als je de afstanden in kilometers rekent, want ga maar eens naar het noorden van Noorwegen. Dan kom je er wel achter dat de afstanden in Nederland niets, maar dan ook voorstellen. Ze horen bij een ‘snertlandje.

Maar wat ben ik blij dat ik niet in Syrië woon, of geboren ben. Of in Afghanistan. Of in Turkije. Of in een ander land. Wat is er een ellende en onvrijheid in die landen. En wat een bekrompenheid! Ik kan nog wel meer landen opnoemen, maar nee, dat ga ik niet doen. Onbegonnen werk. Dan toch maar liever in dat drukke, volle Nederlandje wonen. –  Wat hier niet allemaal is te krijgen! En maar blijven mopperen. Zijn we een land van mopperkonten? Het lijkt wel of het steeds erger wordt. Maar misschien komt ook dat door de vele media? Of misschien omdat we het te goed hebben met elkaar? Althans de meesten van ons?

Zal ik eens voorbeeld noemen hoe het is om in een ‘godenland’ te wonen?
–  Op zondag 18 maart jl. kon ik op vertoon van het Boekenweekgeschenk (‘Gezien de feiten’ van Griet Op de Beeck) de hele dag gratis reizen met de trein. Met een boekje als treinkaartje. Hoe verzin je het. Zoiets kan alleen maar in Nederland, denk ik.
–  De NS gaf ook nog een paar ideeën: Verras een ver familielid, ga gezellig winkelen met een vriendin (‘Leuk! Shoppen met een vriendin in Den Haag.’) of bezoek zoveel mogelijk steden op één dag.

0

Het was iets om nooit meer te vergeten (76)


Dat moest van mijn ouders, want het hoorde bij de opvoeding! Naar dansles gaan was verschrikkelijk vond ik vreselijk. Naar dat nutteloze ‘geschuifel’.
–  Aan het begin van de eerste les werden we aan elkaar voorgesteld. De dansleraar was er met een vrouwelijke danspartner. Volgens hem was zij de beste van de groep ‘gevorderden’. Met haar deed hij de danspassen voor.
–  Er gebeurden meer ‘rampen’. De muzikant speelde met zijn accordeon walsmuziek, Engelse wals, foxtrot, Quikstep en tango. Soms leek de muziek nergens op. Het ergste was wel het geluid van zijn voet op de houtenvloer. Dat hoorde je bovenal. Vreselijk was het om aan te horen.
–  Na een stuk of wat danslessen kwam de muzikant niet meer opdagen. De dansleraar kwam met een platenspeler en een stuk of wat grammofoonplaatjes. De muzikant was zeker te duur geworden, dacht ik nog.
–  Als de muziek plotseling stopte, dan moest er van danspartner worden gewisseld.
Dat is een beetje moeilijk uit te leggen, maar de man moest een knie op de grond doen, de vrouw ‘doorschuiven’, waarna zij op de knie van haar nieuwe partner moest gaan zitten.
–  Bij mij ging dat een keer helemaal mis. Ik kreeg een forse ‘dame’ op de knie en rook vrijwel direct haar zweetlucht. Zij ging met ‘geweld’ op mijn knie zitten, zodat zij en ik omrolden en op de grond kwamen.
–  Beschamend was het, maar ook hilarisch. In elk geval was het iets om nooit meer te vergeten.

0

Zij is mijn ‘muze’ geworden (75)


Het begon op de middelbare school. Het gebabbel tussen ons beiden, bedoel ik. Ja, we hebben er samen wat afgebabbeld. Maar waarom en waarover? 🙂
–  Af en toe werd een leraar dat gebabbel helemaal zat. Zij moest dan vooraan in het klaslokaal komen zitten. Dat vond zij helemaal niet prettig. Maar zelfs dan hadden we contact. Door middel van briefjes. Maar zodra de les voorbij was, ging zij vlug naar haar ‘eigen plek’.
–  Beiden zijn we ook eens moeten nablijven en hebben we die leraar moeten beloven voortaan stil te zijn. Maar dat was te veel gevraagd! Hij was gelukkig wel de enige leraar die het ons heeft gevraagd.
–  Als verjaardagscadeautje heb ik eens – stiekem – een pocketboekje in haar jaszak gestopt, want ik wist van haar dat zij veel van lezen hield. Het boekje heeft zij nog!
–  Al zagen wij elkaar een aantal jaren niet – we zaten ieder op een andere school; zij in Deventer en ik in Zwolle – toch konden we elkaar niet vergeten. Op een dag zag ik haar op het perron van ‘Station Zwolle’ lopen. Ik besloot haar nog dezelfde avond te bellen om te vragen of ik een boek van haar kon lenen. Dat vond zij prima.
–  Die ontmoeting was het begin van een gelukkig leven samen.

0

Rekeningen rondbrengen (74)


Dat heb ik jaren gedaan. Mijn broer ook. We kregen ieder een route. Ik ging op de fiets, maar mijn broer niet altijd. Hij nam liever stiekem de brommer. Dat hebben wij samen ook een keer gedaan, maar dat is toen slecht afgelopen.
–  Het geld dat mijn ouders anders voor postzegels moesten betalen, kregen mijn broer en ik. We spaarden voor een reis naar en een rondreis in Engeland.
–  De rekeningen werden door mijn ouders geschreven voor die klanten, die nog ‘iets’  moesten betalen. Dat ‘iets’ hadden ze al wel, maar de kosten van de aanschaf moesten worden ‘opgeschreven’. Dat was toen heel normaal. Zeg maar ‘andere tijden’.
–  De ’verdiensten’ waren goed, vond ik. Het geld ging direct naar de bank in het dorp; voor op het spaarbankboekje.
–  Er was nog een ander voordeel bij het rondbrengen van rekeningen. Naderhand wist ik precies waar iedereen woonde, want ik kwam op plekken in de buurt waar ik anders niet snel was gekomen.
–  Zo zag ik ook allerlei ‘bijzonderheden’ in de buurtschap, d.w.z. welke boerderij wel of niet een kettinghond had, welke boerin een aardappelzak als schort droeg, waar de jongen van mijn leeftijd woonde die de hele dag – zo leek het mij toe – bij de sloot zat te wiegen en het spuugbelletje probeerde vast te maken aan een grassprietje om het op-en-neer te laten bewegen, bij welke boerderij nog geen wateraansluiting was, enz.

0