De voorhamer lenen (kv 95)


Heel vaak was het de grote voorhamer die werd uitgeleend. Nagenoeg altijd in het begin van het voorjaar. Het was altijd een boer die de hamer een ‘poosje’ kwam lenen. Mijn vader vroeg dan hoe lang dat ‘poosje’ duurde, want hij wist bijna 100% zeker waarvoor de boer de hamer ging gebruiken. Om er houten weidepalen mee in de grond te slaan.
–  Dat ‘poosje’ werd al gauw een dag. Mijn vader kon de hamer wel enige tijd missen, maar hij zei wel dat hij de hamer zo snel mogelijk terug wilde hebben. En hij zei er ook bij dat hij de hamer kwam halen, als hij hem nodig had. Dat was nooit een probleem. Mijn vader gebruikte de hamer om een gloeiendhete ijzeren hoepel om een houten wagenwiel te slaan. Maar dat gebeurde toen bijna niet meer.
–  Op een dag werd deze hamer weer eens uitgeleend. Mijn vader had hem niet nodig, maar het duurde hem te lang voordat de boer hem terugbracht. Hij fietste naar de boerderij van die boer om hem te zeggen dat hij de hamer nodig had. De boer deed verbaasd en beweerde dat hij de hamer niet had geleend. Dat bleef hij maar beweren!
–  Daar stond mijn vader dan. Voor aap. Hij heeft niks meer tegen de man gezegd, is op zijn fiets gestapt en naar huis gereden. Hem kennende, denk ik dat hij de hele weg van binnen ‘kookte’. Hoe het verder is afgelopen, weet ik niet.

0

Bed & Stoete

Gisteravond, om ongeveer negen uur, zag ik plotseling een onbekend vogeltje in de tuin, bovenop een bijzondere ‘creatie’ van mijn vrouw. Het was een Zwarte Mees, een van de kleinste vogels in Europa. Misschien niks bijzonders voor kenners, maar voor mij was het de eerste keer dat ik een Zwarte Mees zag. En zo dichtbij!
–  De mees vloog in de houder waarin een potje pindakaas had gezeten. Een ongemakkelijke, maar veilige plek voor het vogeltje. Hij (?) probeerde zelfs te gaan liggen. Mijn vrouw pakte vlug het fototoestel en de verrekijker, maar het was te schemerig voor een scherpe foto. Met de kijker zag je nauwelijks meer de kenmerken van het vogeltje.
–  Na zo’n tien minuten lag het meesje er nog. Niet te geloven! Zou de mees er ook gaan slapen? Toen het donker was geworden, was het vogeltje er nog steeds. (zie foto)
–  ‘B&B’, zei mijn vrouw. (Bed en Stoete op sien Sallands.)

0

Duitsland 1 en 2 (kv 94)


Bijna iedereen wilde in die tijd de twee Duitse tv-zenders ontvangen. Tenminste, waar dat kon. De tv-beelden waren meestal niet optimaal, maar je moest niet kieskeurig zijn. De ouders van mijn vriendin wilden beide zenders ook graag ontvangen. Dat kon wel, maar dan moest er een nieuwe, speciale antenne bijkomen. Ik zei dat ik dat wel wilde monteren.
–  De antenne werd aangeschaft. Op een mooie zaterdagmiddag zou ik die antenne even gaan plaatsen. Dat viel eerst behoorlijk tegen. Ik moest door het zolderraampje klauteren om met de antenne, de bedrading en het bevestigingsmateriaal bovenop het dak te kunnen komen. Dat ging allemaal goed, maar het uitzetraampje glipte onverwachts uit mijn hand. Het glas van het raampje kwam op een dakpan terecht en brak in stukjes. Ik had behoorlijk de pest in, maar mijn vriendin zei dat haar ouders dat vast niet erg zouden vinden.
–  De antenne moest aan de mast met de ‘Nederlandse antenne’ komen. Ik balanceerde met de spullen over de nokpannen. Van hoogtevrees had ik gelukkig geen last. Achteraf bekeken was het ‘linke soep’.
–  Het bevestigen van de nieuwe antenne bleek ‘een fluitje van een cent’. Ook het aanbrengen van de bedrading naar de tv. ’s Avonds werd echt duidelijk dat ik die middag weer een goede daad had verricht. 😉 Over het kapotte glas werd niet gesproken.

0

Teelaarde (kv 93)


De overbuurman had een tuinbedrijfje. Wat hij allemaal in en met die tuin deed, weet ik niet precies. Wat ik wel weet, zal ik proberen te vertellen.
–  Een keer per jaar – vroeg in het voorjaar – reed de man, een ‘knorrepot’, met paard en wagen naar een boerderijtje in de buurt, waar aan de rand van een dichtbijgelegen bosje grote, dikke beukenbomen stonden. Onder deze bomen groeide niets, maar er lag wel een dikke humuslaag. Vruchtbare grond volgens hem. Het bleek de plek te zijn waar hij de teelaarde voor zijn tuin haalde. Toen hij de wagen helemaal had volgeladen met ‘tuingrond’ reden we weer langzaam terug. Bij zijn bedrijfje schepte hij de teelaarde van de wagen en maakte er een grote hoop van. Met een kruiwagen verdeelde hij daarna de ‘grond’ over de tuin. Hij was nog een poos bezig met spitten en om de oppervlakte vlak te maken met een grote hark. Pas daarna kon hij ‘zaaien en oogsten’. Wat een werk, niet waar?
–  Dat ik mee mocht, kwam misschien ook dat zijn dochter toen hulp in de huishouding bij ons was. Er schiet mij nog iets te binnen. Haar moeder noemde ik ‘tante Moe’.

0

Soepballetjes (kv 92)


In de buurt waar ik destijds woonde was een bedrijf van een varkenshandelaar. Hij hield alleen varkens, fokte er ook mee, en hij had een aantal mannelijke varkens, beren. Het was geen groot varkensbedrijf. De meeste varkens verkocht hij rechtstreeks aan de boeren en de slagers. Hij kon er goed van bestaan en dat vond hij genoeg.
–  Zo nu en dan moest een varken biggen. Diverse keren heb ik dat zien gebeuren. De biggetjes ‘floepten’ dan op het stro. Moeder varken leek het prima te vinden, want haar geknor klonk tevreden.
–  Wat er daarna gebeurde was niet leuk om te zien. Zijn zoon en hij hadden allebei een scheermesje in de hand, pakten zo nu en dan een biggetje op en sneden ermee in de achterkant van het biggetje. ‘Soepballetjes’ was het antwoord op mijn vraag. Voor de duidelijkheid, de mannelijke biggetjes werden op deze manier gecastreerd. Ik kende niemand die dat raar vond en dat het zo werd gedaan.

0