Naar Berg en Terblijt (verhaal nummer 20)


Met de auto reden we – mijn ouders, broer en ik – op een zaterdagmiddag naar Berg en Terblijt in Limburg. Naar de dienstkameraad van mijn vader.

Mijn vader was tijdens de mobilisatie, vlak voor het uitbreken van WO II, in Limburg gelegerd. Hij was sergeant-hoefsmid.
(Ik vind het nog steeds schandalig dat toen moest worden gevochten met gebruik van paarden, ouderwetse kanonnen en geweren tegen moderne tanks en ander modern wapentuig van de Moffen. Na de inval van de Duitsers in Nederland is mijn vader te voet naar huis gegaan. De finesses van zijn tocht weet ik niet. Er werd niet over gepraat. Over zoveel dingen niet in mijn jeugd.
Anno 2017 is er blijkbaar nog niets veranderd, zo lijkt het. Ook nu is er van alles te weinig. Niet normaal dus.)

Het was een lange zit; op een achterbank waar het stonk naar vlees. De auto had mijn vader gekocht van mijn opa, die slager was en die de bestellingen met deze auto had rondgebracht.
De ontvangst was hartelijk en  Limburgs warm. De ‘dienstkameraad’, zijn vrouw wn kinderen waren gezellige mensen. Het was een groot gezin. De man had in een steenkolenmijn gewerkt en was afgekeurd vanwege ‘stoflongen’.

Hoe of waar we daar sliepen weet ik niet meer. Na het ontbijt op de zondagmorgen bezochten we de mergelgrotten van die plaats. De oudste zoon had in deze grotten gewerkt en kende er de weg. Met een paar grote mijnlampen liep hij voorop door de gangen in de grot. Het was er fijn koel. Af en toe zag je door een luchtgat de blauwe lucht, maar verder was het pikdonker. Deze zoon vertelde de geschiedenis van de grot en over het zagen en vervoeren van mergelblokken uit de grot.

Iemand van de familie daar had een racefiets. Mijn broer wilde wel een rondje proberen te fietsen. Dat had hij beter maar niet kunnen. Op een bepaald moment ging het zo hard, vertelde hij later, dat hij uit de bocht was gevlogen en in het prikkeldraad terecht kwam. De racefiets was gelukkig heel gebleven. Omdat hij maar niet terugkwam, zijn we hem gaan zoeken. Toen we hem vonden, kon hij met moeite uit het prikkeldraad worden ‘geplukt’. Niet alles weet ik mij van dit voorval  nog te herinneren, maar hij hoefde met zijn verwondingen niet naar de dokter. Wel zat hij onder de pleisters, verbandjes en jodiumvlekken.

Aan het einde van de zondagmiddag begon ‘de lange rit en zit’ naar huis.

 

Geplaatst in blog | Getagged , , , , , | Een reactie plaatsen

Kunst langs de IJssel: de eerste IJsselbiënnale (2017)


We, dat wil zeggen mijn vrouw en ik, hebben een flink stuk – in en zuidelijk van Zutphen en Doesburg – van de mooie kunstroute op de fiets gedaan, met een reisgids en een routekaart met alle locaties, routes, startplaatsen, enz., bij ons.

Anders gezegd: we zijn drie dagen op weg  geweest vanuit de omgeving van  Almen, door het prachtige landschap van de Achterhoek en langs de mooiste rivier in Nederland, de IJssel.

Op de fiets zie je meer van het landschap, dan wanneer je met de auto, bus of trein gaat. Dat is gewoon zo! Want vaak staan de kunstwerken op bijzondere locaties en binnen de Hanzesteden, op uiterwaarden, bij sluizen, landgoederen en (oude) steenfabrieken. Soms moet je naar de overkant van de IJssel. Over een brug of met een pont. Met de pont gaan is altijd leuk.

Je ziet af en toe wonderlijke projecten, maar het zijn kunstwerken die je aan het denken zetten, want er is dit jaar gekozen voor het thema klimaatverandering.

We gaan ook nog een keer in de buurt van Deventer, Zwolle en Kampen langs de IJssel fietsen, of met de auto als het slecht weer is, om daar de kunstwerken te bekijken.

Geplaatst in blog | Getagged , , | Een reactie plaatsen

Mist, ochtendmist, of ‘mip’ in de Achterhoek

Geplaatst in blog | Getagged , | Een reactie plaatsen

Gezien. en te zien, bij de IJssel

Geplaatst in blog | Getagged , , , , | Een reactie plaatsen

Losse, kleine verhaaltjes (8, vervolg)


De schoolmeester pesten (29)

Op de lagere school werd de meester van de klassen drie en vier vaak gepest. Hij was een goede man, vond ik, die veel van zijn werk hield, wist ik, maar die niet streng genoeg optrad tegen sommige leerlingen. Omdat hij te goed was, volgens mijn ouders.
De man woonde in het dorp en kwam altijd op de fiets. Het zadel van zijn fiets was een ‘gezondheidszadel’. Er waren niet veel mensen, die zo’n zadel hadden. Ik vond het een lelijk ding. Op een dag had één van de drie ‘bandieten’ een bijna opgedroogde hondenkeutel in de gleuf van hett zadel gelegd. Ik heb het van horen zeggen, maar de meester scheen na schooltijd gewoon op de fiets te zijn gestapt en naar huis te zijn gereden. (Wat er verder is gebeurd, weet ik niet.)

‘Paardje met tikkertje’ spelen (30)

Soms speelden de jongens in de hoogste klas van de lagere school ‘paardje met tikkertje’. Ze kozen dan een jongen uit de lagere klassen om op hun rug te gaan zitten. Ook ik werd gevraagd. Toen het spel begon merkte iemand op dat mijn moeder voor het raam stond en tegen het glas tikte, en heftig stond te wenken. De jongen bij wie ik op de rug zat, liet mij op de grond zakken, waarna ik snel naar huis liep. Mijn moeder vertelde dat ik niet meer bij die jongen op de rug mocht zitten. Later vertelde zij dat bij de jongen thuis met DDD (later verboden) was gespoten, omdat er een vlooienplaag was.

Vlinders vangen (31)

In de tuin van mijn moeder stonden herfstasters met verschillende kleuren bloemen. Zij noemde de tuin ‘haar tuin’, maar eigenlijk mocht het geen naam hebben. Het was een wilde tuin. Maar afijn.
Op een dag zaten vooral deze planten vol met vlinders. Ze leken elkaar wel te willen verdringen. Mijn broer en ik kwamen op het idee om ze te vangen. We kregen bijna alle vlinders te pakken en lieten ze daarna los in de keuken. Toen mijn moeder uit de winkel kwam, deed zij een hand voor de mond. Van verbazing, denk ik. Wij zagen haar glimlachen. (Zij vond het mooi, maar alle vlinders moesten weer naar buiten.)

Kuifjes (32)

Ik zal twaalf jaar zijn geweest toen ik ‘holderdebolder’, in een taxi, naar het ziekenhuis werd gereden met een ‘acute blindedarmontsteking’. De spoorwegovergang herinner ik mij nog goed. Aan de operatie heb ik een ‘interessant’ litteken overgehouden. Ik mocht het verwijderde stukje darm in een potje mee naar huis nemen, maar dat leek mij niets. Alleen het idee al! Na de operatie moest ik twaalf (!) dagen in het ziekenhuis blijven.
Op een nacht kreeg ik een geweldige dorst, maar ik mocht geen water drinken van de zuster. Er stond een vaas met bloemen op de tafel in de zaal. Ik heb toen de bloemen uit de vaas gehaald, het water opgedronken en de bloemen er weer ingezet.
Mijn oma kwam elke dag op ziekenbezoek; samen met mijn moeder. Bijna elke dag bracht zij een ‘Kuifje-album’ mee. Ik heb maar aangenomen dat ik alle albums van mijn oma heb gekregen. Later, weer thuis uit het ziekenhuis, verdeelde mijn moeder de Kuifjes tussen mijn broer en mij, want zij vond het toch wel jammer voor mijn broer dat hij niets had gekregen. (Veel later heb ik die albums van hem teruggekregen!)

Geplaatst in blog | Getagged , , , | Een reactie plaatsen